Beroepscode tolken
Zowel de Nederlandse beroepsvereniging van tolken Gebarentaal (NBTG) als de Nederlandse Schrijftolken Vereniging (NSV) hebben een aantal regels opgesteld waaraan tolken zich moeten houden. Deze regels staan vermeld in de beroepscode.
In de beroepscode staat hoe een tolk moet omgaan met bijvoorbeeld het aannemen van tolkopdrachten, zwijgplicht, tolksituaties en klanten. Op de websites van de NBTG en de NSV zijn de beroepscodes terug te vinden.
Tolkopdracht aannemen
Bij het aannemen van een tolkopdracht moet een tolk zich afvragen of hij goed in de gevraagde situatie kan tolken. Heeft hij genoeg kennis en vaardigheden om alles goed voor u te kunnen vertalen? Ook is het belangrijk of de tolk geen ethische of maatschappelijke bezwaren heeft. Als een tolk denkt de opdracht niet goed te kunnen uitvoeren, zal hij de opdracht niet aannemen. Daarom is het belangrijk dat u de tolk van tevoren zoveel mogelijk informatie geeft over de situatie.
Zwijgplicht
Tolk hebben een zwijgplicht net zoals artsen dat hebben. De informatie die de tolk tijdens het tolken te horen krijgt is vertrouwelijk. Dit betekent dat de tolk alles moet geheimhouden wat hij tijdens het tolken hoort. De tolk mag informatie niet voor zichzelf gebruiken en niet aan andere personen doorgeven. Dit geldt ook voor de informatie die u aan de tolk geeft ter voorbereiding op de tolksituatie. Als de tolk merkt dat het welzijn van de klant of van andere personen in gevaar is, mag de tolk dit bij passende instanties melden.
Relaties met klanten
De tolk mag geen onderscheid maken tussen dove en horende klanten. Als het nodig is moet de tolk de klant informeren over de regels waaraan de tolk zich moet houden. Verder moet de tolk de zelfstandigheid en de verantwoordelijkheid van de klant respecteren. Maar als een tolk voor een minderjarige persoon tolkt, blijven de ouders of verzorgers verantwoordelijk.
De tolksituatie
Tijdens tolksituatie zijn er ook gedragsregels waar de tolken zich aan moeten houden.
- De tolk moet een boodschap volledig en naar waarheid vertalen.
- Als de tolk de boodschap niet goed kan vertalen, moet hij samen met de klant een oplossing bedenken.
- De tolk en de klant kunnen een verschillende maatschappelijke achtergrond hebben en verschillende ethische opvattingen. De tolk mag de situatie hierdoor niet laten beïnvloeden.
- Het kan gebeuren dat het tolken niet goed verloopt of dat het verschil in opvattingen te groot is. De tolk kan zich dan terugtrekken uit de tolksituatie.
- De tolk is een tolk. De tolk is tijdens het tolken geen hulpverlener of adviseur.
- De tolk mag zich niet bemoeien met de inhoud van een gesprek.
- Tijdens een tolkopdracht is de tolk samen met u en andere aanwezigen verantwoordelijk voor de communicatie. De tolk is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van de communicatie.
- De tolk moet ervoor zorgen dat zijn houding, gedrag en uiterlijk zo min mogelijk afleiden.
- De tolk zal pauzes nemen wanneer dit nodig is. Voor zover dat kan, zal de tolk dit van tevoren met de klant afspreken.
- De tolk moet altijd goed kunnen horen wat er wordt gezegd. Als mensen door elkaar heen praten of als iemand onduidelijk of te zacht praat, kan de tolk niet goed vertalen. De tolk moet dan ingrijpen en vragen of de sprekers duidelijk en om de beurt willen praten.


